De reis van het Drakenschip

Ongeveer een jaar (op aarde en drie jaar in Narnia) na de gebeurtenissen in Prins Caspian logeren Edmund en Lucy bij hun vervelende neef Eustaas, Ze vinden het maar niets dat ze in de zomervakantie bij hun neef moeten doorbrengen, maar het kan niet anders. Op een dag zitten ze verveeld naar het schilderij van een drakenschip te kijken, als het schilderij plotseling tot leven komt. De boeg begint te bewegen, de golven gaan schuimen en de wind steekt op. In een flits verdwijnt de lijst van het schilderij en de drie kinderen liggen in de golven.

De reis van de DageraadZe grijpen de touwen die hen worden toegeworpen, en klimmen aan boord. Daar ontmoeten ze hun oude vriend Caspian (die nu Koning Caspian is) en ook de dappere muis Rippertjiep is weer van de partij; ze zijn weer in Narnia! Lucy weet het zeker, dit wordt weer een groot avontuur. Ze krijgt gelijk, want ze moeten koning Caspian gaan helpen om zeven edelen – vrienden van zijn vader – te vinden. Vrienden die lang geleden op zoek gingen naar de Verlaten Eilanden en van wie nooit meer iets werd gehoord…

Eerst komen ze aan bij de Verlaten Eilanden, in naam deel van Narnia. De kinderen worden gevangen genomen en naar de slavenmarkt gebracht. Caspian wordt gekocht door iemand die een van de gezochte edelen (Bern) blijkt te zijn. Als ze elkaar herkennen, zorgen ze ervoor dat er een einde komt aan de slavenhandel en dat de corrupte gouverneur van de eilanden vervangen wordt.

Daarna wordt het schip door een storm naar een onbewoond eiland geblazen, waar men vers water gaat inslaan. Eustaas dwaalt af en komt in een grot met een schat terecht, in de omgeving waarvan een draak met een gouden armband net de laatste adem uitblaast. Verblind door de rijkdom doet Eustaas de armband om en valt in de grot in slaap. Hij merkt bij zijn ontwaken dat hijzelf in een draak is veranderd; de andere draak was één van de zeven edelen (Octesian). Na een korte machtsfantasie begrijpt Eustaas dat de verandering hem voorgoed van de rest van de mensheid afsnijdt. Terugkerend naar het schip wordt hij door Lucy herkend; de anderen troosten hem, waaronder Rippertjiep, en zo ondervindt Eustaas voor het eerst in zijn leven wat vriendschap is. Op een avond, terwijl het schip gerepareerd wordt, zit Eustaas alleen en wordt benaderd door een onbekende sprekende leeuw, Aslan, die hem vertelt dat nu hij van binnen weer mens geworden is, hij ook zijn drakenhuid kan afwerpen. Aslan leidt hem naar een magische bron waar Eustaas zich moet onderdompelen; maar het lukt hem niet de huid van zich af te schudden, totdat Aslan het drakenlijf openklauwt en de mens binnenin bevrijdt. Van dat moment weet Eustaas aan zijn slechte karakter te werken.

De avonturen zijn dan nog lang niet afgelopen. Zo ontmoeten ze de Duffelpoeters die eerst erg angstaanjagend lijken maar later vooral erg dom blijken te zijn. Later worden ze bij het Duistere Eiland op het nippertje gered van een duisternis, die alles opslokt. Hier ontdekken ze dat als al je dromen waarheid worden het in werkelijkheid nachtmerries worden. Op het volgende eiland dat de Dageraad op zijn reis aandoet ontmoeten ze Ramadoe – een gepensioneerde ster – en zijn dochter. Als ze hier ook de laatste drie edelen – van wie het lot nog niet bekend was – vinden is hun zoektocht ten einde.

Toch varen ze – op aandringen van Rippertjiep – door naar het Oosten naar het einde van zee. Hier komt voor iedereen op een eigen manier een eind aan het avontuur.


<< De Kronieken in het kort