Het betoverde land achter de kleerkast
| Ongetwijfeld is dit – mede dankzij de verfilming – het meest bekende verhaal uit “De Kronieken van Narnia”. Vier broertjes en zusjes: Peter, Susan, Edmund en Lucy Pevensie worden in 1940 vanwege de bombardementen tijdens de 2e Wereldoorlog uit London geëvacueerd naar het grote huis op het platteland van een wat zonderlinge, maar vriendelijke professor. Hoewel zijn naam niet wordt genoemd blijkt uit andere verhalen dat dit Digory Kirke is, de jongen die in “Het neefje van de Tovenaar” zo’n belangrijke rol speelt.
Als Lucy door de kleerkast teruugkeert in het landhuis blijkt daar geen tijd versteken te zijn. Dat is dan ook de reden dat de andere drie Lucy’s verhaal niet geloven. Als zij de kast onderzoeken kan geen van allen – ook Lucy niet – het magische land Narnia ontdekken De kast heeft een massieve achterwand. Voor Edmund – het jongste broertje – is dit aanleiding om Lucy te pesten. Als ze een paar dagen later verstoppertje spelen, wil Lucy zich in de kleerkast verstoppen. Edmund volgt haar stiekem en zo komen ze nu allebei in Narnia terecht. In Narnia ontmoet hij Jadis, de Witte Heks. Ze brengt hem met Turks Fruit (Turkish Delight, marsepijn in de Nederlandse vertaling van de boeken) onder haar betovering. Als ze hoortvan Peter, Susan en Lucy beseft ze dat de kinderen de Zonen van Adam en Dochters van Eva zijn waar de oude profetie over spreekt. Ze draagt Edmund op om de andere drie bij haar te brengen en belooft hem dat hij haar opvolger zal worden. Op hun terugweg uit Narnia komen Lucy in Edmund elkaar tegen. Lucy denkt dat alles nu goed zal komen, maar terug in Engeland doet Edmund alsof het allemaal verzinzeltjes zijn. Als ze een paar dagen later aan mevrouw McReady – de strenge huishoudster – proberen te ontkomen verstoppen de kinderen zich met z’n vieren in de kleerkast. Dit is het moment dat ze gezamenlijk Narnia binnengaan. Als Lucy de andere die meeneemt naar het hol van meneer Tumnus ontdekken ze dat hij door de geheime dienst van de Witte Heks is meegevoerd. Een vogel brengt het in contact met meneer Bever. Die neemt hen mee naar zijn Beverdam. Daar leggen meneer en mevrouw Bever hen alles uit over Aslan en Narnia. Tijdens dit gesprek gaat Edmund er stiekem vandoor en verraadt het gezelschap aan de Witte Heks. In plaats van dat die hem beloont neemt ze hem gevangen. De kinderen slaan met de Bevers op de vlucht. Onderweg ontmoeten ze onder andere de Kerstman, een teken dat de macht van de Witte Heks tanende is. Terwijl de lente overal doorbreekt ontmoetten ze uiteeindelijk Aslan. Samen met Aslan en zijn leger bereiden ze zich voor op een beslissende veldslag met het leger van de Witte Heks. Als Edmund zich de slechtheid van de Witte Heks begint te realiseren komt hij tot inkeer. Het berouw lijkt echter te laat te komen, want de Witte Heks besluit hem ter dood te brengen. Gelukkig wordt Edmund precies op tijd door het leger van Aslan bevrijd. Daarmee is de ellende nog niet voorbij, want volgens oude Narniaanse wetten heeft de Witte Heks recht op iedere verrader in Narnia en ze komt Edmund meteen opeisen. Aslan biedt haar aan dat ze hem in Edmunds plaats mag doden. Zij neemt dit aanbod aan en brengt hem in een gruwelijke ceremonie op de Stenen Tafel ter dood. Als Lucy en Susan ‘s morgens vroeg over Aslan willen rouwen horen ze bij het opkomen van de zon een harde knal. Als ze naar de Stenen Tafel kijken blijkt die in tweeën te zijn gebroken. Aslan staat levend en wel naast hen.`Hij legt hen uit dat er een wet is van nog voor het begin van de tijd, die zegt dat iemand die zichzelf opoffert voor een ander, niet blijvend gedood kan worden. Aslan trekt samen met de meisjes naar het pales van de Witte Heks en brengt daar al haar tegenstanders – die door haar in standbeelden zijn veranderd – weer tot leven. Met deze hele groep schieten ze het leger van Peter en Edmund te hulp en ze brengen de Witte Heks een vernietigende lag toe. Aslan kroont het viertal vervolgens tot koningen en koninginnen van Narnia. In hun kasteel Cair Paravel regeren ze 20 jaar over Narnia voordat ze weer in Engeland terecht komen. Daar blijkt geen tijd te zijn verstreken. Zowel in de Engelse als de Narniaanse chronologie is “Prins Caspian” het volgende verhaal. “Het Paard en de Jongen” speelt zich echter nog af tijdens de regeringsperiode van Peter, Susan, Edmund en Lucy in Narnia en kan daarom het best meteen na “Het betoverde land achter de Kleerkast” worden gelezen. |
<< De Kronieken in het kort |
Als Lucy de jongste van de vier op een regenachtige middag een grote oude kleerkast binnen gaat, komt ze in Narnia terecht. Daar – bij een oude lantaarn – ontmoet ze meneer Tumnus, een faun. Hij neemt haar mee naar zijn huis. Hij legt Lucy uit dat Narnia al honderd jaar onder de betovering is van een Witte Heks en dat het daardoor “altijd winter maar nooit Kerstfeest” is. Wat hij er niet bij vertelt is dat hij Lucy wil ontvoeren en aan de Witte Heks uitleveren. Als Lucy over haar broers en zus vertelt realiseert Tumnus zich dat zij wel eens de vervulling van een oude profetie kunnen zijn die zegt dat “Twee zonen van Adam en twee dochters van Eva” een eind zullen maken aan de tirannie van de Witte Heks. Hij krijgt spijt van zijn oorspronkelijke plan om Lucy te ontvoeren. Hij realiseert zich het gevaar dat ze loopt als de Witte Heks van haar bestaan hoort een loodst haar veilig terug naar de plaats waar ze elkaar ontmoet hebben.