Het paard en de jongen
| Dit is het enige verhaal uit “De Kronieken van Narnia” dat zich geheel binnen Narnia afspeelt. Het is een episode die zich afspeelt in de tijd dat Peter, Susan, Edmund en Lucy als koningen over Narnia regeren (zoals beschreven in het laatste hoofdstuk van “Het betoverde land achter de Kleerkast“). In Calormen (een land ten zuiden van Narnia) leeft Shasta bij Arshiesh een arme visser. Shasta denkt dat Arshiesh zijn vader is. Als Arshiesh hem als slaaf aan een edelman wil verkopen, gaat Shasta er op het paard van de edelman vandoor. Het paard – Brie – komt oorspronkelijk uit Narnia en kan praten.
Ze vermommen zich, en gaan op weg. Het is een lange reis, eerst naar de hoofdstad van Calormen, Tashbaan, en daarna door de woestijn en over de bergen. Hun achtervolgers zitten hen op de hielen en ze worden van alle kanten bedreigd door wilde dieren. En kunnen ze het meisje Aravis, dat met hen meereist, werkelijk vertrouwen? Als Narnia eindelijk in zicht komt, weet Shasta dat hij zijn angst zal moeten overwinnen. Want ook Narnia is in groot gevaar. |
<< De Kronieken in het kort |
Op de vlucht voor een troep leeuwen komen ze een geheimzinnige ruiter tegen. De ruiter blijkt een jonkvrouw te zijn: Aravis. Ze is samen met haar sprekende – dus Narniaanse – paard Winne op de vlucht om te voorkomen dat ze uitgehuwelijkt wordt. Ze besluiten met zijn vieren naar Narnia te reizen.