Prins Caspian

Als Peter, Susan, Edmund en Lucy ongeveer een jaar na hun eerste avontuur in Narnia op een Engels station op de trein wachten gebeurt er iets vreemds. Door een geheimzinnige kracht worden ze uit het station weggetrokken en belanden ze in Narnia. Maar dat blijkt bijna onherkenbaar te zijn veranderd. Dat is niet zo gek, want later blijkt dat in het jaar dat in Engeland is verstreken in Narnia 1300 jaar zijn voorbijgegaan. Hun kasteel Cair Paravel is een ruïne veranderd, en het land ligt er verlaten bij.

Prins CaspianNog maar nauwelijks bekomen van de ontdekking dat ze in Narnia terug zijn redden ze de dwerg Trompoen (Trumpkin) die door twee Telmarijnse soldaten vermoord dreigt te worden. Hij vertelt hen hoe droevig het met Narnia is gesteld. De huidige koning, Miraz, is aan de macht gekomen door zijn broer, koning Caspian IX te vermoorden. Hij onderdrukt de sprekende dieren en andere oorspronkelijke inwoners van Narnia. Als Miraz een zoon krijgt, dreigt Prins Caspian – de zoon van koning Caspian IX – zijn volgende slachtoffer te worden. Caspian vlucht weg uit het paleis en komt op zijn vlucht in contact met de oorspronkelijke bevolking van Narnia (Oud-Narniërs). Samen slaan ze de handen ineen om de troon te veroveren om de troon heroveren op Miraz, zodat er weer vrede komt. Al snel blijkt hij samen met zijn legertje van Oud-Narniërs niet te zijn opgewassen tegen het leger van zijn oom Miraz. Hij blaast op zijn hoorn om Peter, Edmund, Susan en Lucy terug te roepen naar Narnia. Ze moeten proberen het land te redden.

Maar niet alleen Caspian heeft het moeilijk. Tijdens de moeizame tocht om zich bij Caspian en zijn legertje te voegen stuiten de Peter, Susan, Edmund, Lucy en Trompoen op tegenslag na tegenslag en wordt hun vertrouwen op Aslan danig beproefd. Zowel Peter als Caspian komen tot de ontdekking dat de grootste strijd niet tegen de Telmarijnen maar vooral tegen zichzelf is. Als bij een beslissend toernooi twee Telmarijnse edelen verraad plegen lijkt alles hopeloos verloren. Gelukkig krijgen ze uiteindelijk hulp van Aslan en wordt Narnia in zijn oude glorie hersteld.


<< De Kronieken in het kort