| Lucy is de jongste van de vier Pevensie kinderen. Door haar levenslust en openheid, haar enthousiasme, moed en vooral haar kindelijk oprechte benadering van deze voor haar vreemde wereld staat ze van alle vier de kinderen het dichtst bij het wezen van Narnia. Misschien is het wel daarom dat Lucy de eerste van de vier kinderen is, die Narnia binnen mag gaan en dat ze uiteindelijk het mensenkind is dat alles bij elkaar het langst in Narnia is geweest.
De rol van Lucy wordt gespeeld door de in de eerste film nog tien jaar oude Georgy Henley. Pippa Hall ontdekte Henley uit het niets tijdens een bezoek aan een school in Yorkshire. Hoewel ze niet over acteerervaring beschikte had Henley iets dat veel belangrijker was. Het is een intelligent, uitgesproken en emotioneel kind met een geweldige liefde voor boeken. Op de set zorgde ze regelmatig voor verrassingen. “Ze was zo verfrissend in haar benadering van de scènes, dat ze ons op een andere manier tegen de dialoog aan liet kijken. Een manier die we ons daarvoor niet konden inbeelden”, zegt producer Mark Johnson.
In het begin van het verhaal wordt ze door niemand serieus genomen. Peter en Susan denken op een moment zelfs dat Lucy gek aan het worden is, als ze vasthoudt aan haar verhaal over Narnia. Vanuit hun perspectief misschien wel logisch. Ze was immers de jongste en daarmee – in ieder geval naar de mening van haar broers en zussen – de meest fantasierijke enlichtgelovige. Dat werd nog erger toen Edmund, hoewel hij zelf al in Narnia was geweest, zijn broer en zus deed geloven Lucy er op los fantaseerde. Ondanks dat blijft Lucy in Narnia en zichzelf geloven en kan ze uiteindelijk samen met haar broers en zus Narnia binnengaan.
Peter en Susan zien vanaf dat moment hun vergissing in. Op enige afstand lijkt het misschien merkwaardig dat intelligente kinderen zo door hun eigen – beperkte – gedachten over de werkelijkheid in beslag worden genomen, dat ze de voor de hand liggende waarheid niet herkennen. In die zin houdt het verhaal van Lucy – en de reactie van Peter, Susan en Edmund – ons een spiegel voor: Benaderen we de dingen, die op ons afkomen, wel zo objectief als we zelf denken of speelt ons eigen idee van de werkelijkheid ons parten?
|
|
<< Hoofdfiguren |